Verhaal

Begrafenis op Memento Mori in Wijhe 1860

Het is woensdag 15 februari 1860, ‘s avonds rond 9 uur, als op boerderij De Wathoop in Wijhe Derkje Meenhorst komt te overlijden, 63 jaar oud. De naaste buren Hendrik Zonnenberg en Gerrit ten Broeke gaan die zelfde avond nog de buurt rond om het sterfgeval aan te zeggen. Gezamelijk met de andere buren komen ze na een tijdje bij het sterfhuis terug om de zaken te doen die nodig zijn.

Doordat echtgenoot Jan Willem Hartkamp nuchter en zakelijk is ingesteld, zal hij weinig op hebben met de bijzondere verrichtingen als het stilzetten van de klok, het sluiten van de vensters, het omdraaien of afdekken van spiegels en andere glimmende voorwerpen. Gewoontes die al eeuwenlang op het platteland worden toegepast en zijn ontstaan uit het bijgeloof dat de geest of ziel van de overledene niet verontrust mag worden of gelegenheid gegeven wordt zicht tegen de levenden te keren.

 

De naaste buren wassen het lichaam van Derkje, kammen haar haren, knippen haar nagels en trekken haar het doodshemd aan, het zogenaamde verhennekleed. Dit doodshemd heeft Derkje al sinds haar eerdere huwelijk met Jannes Groenstege bij haar uitzet in de linnenkast bewaard. Het laken, het doodskleed, wordt rond de benen en armen dichtgenaaid. De voeten blijven vrij, want bij de opstanding zou de verrijzende dode op het kleed kunnen trappen en kunnen vallen.

 

Als de naaste buren klaar zijn mag de familie de overleden Derkje weer zien. Zij mogen niet bij dit verhennekleden aanwezig zijn om te voorkomen dat tranen op het lichaam van Derkje of het doodskleed geplengd worden, want dat zou haar zielerust verstoren.

Zonnenberg en Ten Broeke wassen zich na hun taken en sluiten zich aan bij de overige buren om af te spreken wie welke taken verder gaat uitvoeren. Zij nemen hierin het voortouw, bepalen de dag van het begraven en ook zij zullen de volgende dag aangifte van het overlijden doen bij de gemeente. Andere buren zullen de timmerman vragen een kist te maken. Mogelijk van de eikenhouten planken die Jan Willem speciaal hiervoor onder de balken op deel heeft bewaard. Verder zorgen zij dat overige familie, neringdoenden en notabelen bericht krijgen en dat de kerkklokken worden geluid. De vrouwen treffen voorbereidingen voor het begrafenismaal.

 

De volgende dag wordt Derkje in haar kist gelegd, op een bed van stro. De kist wordt afgedekt met een lijklaken en in de keuken op schragen gezet. Een lijkwake vindt Jan Willem Hartkamp niet nodig, dat wordt al niet zo vaak meer gedaan. Twee of drie nachten lang buren over de vloer die de hele nacht blijven praten, lachen, zingen, drinken en eten ziet hij niet zitten.

De begrafenis is vastgesteld op dinsdag 21 februari. Die ochtend komen de naaste buren al vroeg met de wagen. Zij hebben ervoor gezorgd dat geen drachtige merrie is voorgespannen, want dat brengt ongeluk. Met ontbloot hoofd brengen zij Derkje in haar kist met het voeteneind eerst naar buiten en plaatsen haar op de lijkwagen. De vrouwen van de naaste familie nemen ook plaats op de wagen, gehuld in een zwarte omslagdoek, de falie. De mannen lopen achter de wagen, met Jan Willem voorop, gekleed in een lange zwarte jas met hoge hoed.

 

Derkje Meenhorst wordt in de ochtend begraven op de Algemene Begraafplaats Memento Mori. Het tijdstip van begraven is sinds 1832 verruimd; voor 1832 moest in de wintermaanden de begrafenis voor 9 uur in de ochtend plaatsvinden, in de zomermaanden zelfs al voor 6 uur ‘s ochtends.

Het betreffende graf heeft Jan Willem op 13 december 1858 van de gemeente gekocht voor een bedrag van 12 gulden. Dat was wellicht wat noodgedwongen, want al sinds 6 november 1858 ligt daar hun enige kind Jansje Hartkamp begraven, die op 3 november dat jaar op 17-jarige leeftijd is overleden. En nu, amper 15 maanden later moet Jan Willem zijn echtgenote ten grave brengen.

 

Als de rouwstoet arriveert, heeft doodgraver Van der Horst alle voorbereidingen al getroffen en het hek geopend. De lijkwagen moet buiten het hek blijven. De kist wordt op een baar gezet en door acht mannen de begraafplaats op gedragen. De kist wordt neergelaten in het graf, met de voeten naar het oosten gericht. De dominee houdt een afscheidswoord aan het graf en buren en familie gooien ieder een schep zand op de kist. Eén van de buren bedankt de aanwezigen voor de bewezen eer aan de overledene en nodigt de mensen uit voor de koffie en wittebrood met ham aan het sterfhuis aan de Soestwetering.

Na het overvloedige maal worden de luiken weer geopend, de klok op gang gebracht, de doeken van spiegels gehaald. Voor Jan Willem breekt de rouwperiode aan. Eén jaar en zes weken lang zal hij in een zwart pak en met een zwart zijden band aan zijn hoed naar de kerk gaan.

 

 

Jan Heideman

Reacties

afbeelding van R. Klein Woolthuis
Mooi verhaal en geeft inzicht in hoe het in die tijd ging. Nooit geweten, dat er zo veel bijgeloof was.