Verhaal

Berend Jan Hunneman, pionier in landontginning.

Overgenomen uit de krant van 1929:

“Op dinsdag 2 april a.s. zal een der grootste figuren in de ontwikkeling van de landbouw in het Oosten des lands, Berend Jan Hunneman, thans wonende op zijn prachtige grote hoeve " De Wesenberg" in Wijhe, in de kerkelijke R.K. parochie Broekland, zijn 85e verjaardag vieren.

Hunneman was in deze streken de eerste heide-ontginner die in het groot het zegenrijke werk van omleggen van heide in wei- en bouwland en dat nog wel onder voor hem bijzonder moeilijke financiële omstandigheden.

Hij heeft bereikt, dat op grote uitgestrektheden van de Over­ijsselse bodem, waar vroeger weinigen woonden en er met moeite een schamel stuk brood verdienden, thans zeer velen een welva­rend bestaan vinden. Hem zelf is het gelukkig goed gegaan, maar zijn voorbeeld heeft ook aangezet tot navolging, zodat zijn eigen welvaren dat van anderen meteen ten gevolge had. Hunneman is, naar zijn eigen verklaring, naast boer, tevens koopman geweest, doch, zo voegde hij er aan toe, in mijn hart ben ik toch het eerst en vooral boer gebleven.

Wij bezochten den hoogbejaarde Hunneman deze week in zijn boerderij, waar hij met zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen de levensavond slijt op aartsvaderlijke wijze.

Hij heeft er ons verteld van zijn levenshistorie, een veel bewogen, en zeer verschillend in lotgevallen van de gewone landbouwer, wiens levenstempo niet alleen rustiger maar ook meer vervlakt poogt te zijn. Toen Hunneman daar zo kalm aan de haard had plaats genomen, zei hij, dat het inspectiewerk van zijn land dan maar even moest rusten.

Hunneman is geboren te, althans dichtbij Deventer, aan de Snippeling, op 2 april 1844.

Zijn jeugd verliep als van zove­le op het platteland in die jaren, kleurloos, zonder enig on­derwijs. Voor de Jonge Berend Jan zat er nu eenmaal niets an­ders op, dan boerenknecht te worden en later scheepsjager. Wellicht heeft juist dat laatste beroep hem de stoot gegeven tot latere welvaart, want het scheepsjagertje leerde daardoor het voermansbedrijf kennen. En in die jaren die volgden, ge­voelde hij wat het was, als analfabeet te moeten blijven voortleven. En, beter laat dan nooit, leerde hij bij meester Stuit te Wesepe de onontbeerlijke, voor ons allen nu zo gewone dingen van de school. Zelfs, toen hij vele jaren later nog huwde, zette hij de studie in huis nog voort, waarvan hij thans nog dagelijks zoveel genot heeft. Want Berend Jan Hunne­man is een ontwikkeld mens, met rijke geest en kloek ver­stand.”

 

 

In het jaar 1884 toen voor boer noch knecht of meid letterlijk niets meer was te verdienen in het handwerk der vaderen op het wijde veld, zocht Hunneman een nieuwe weg om aan brood te komen. De Overijsselse bodem bevatte veel ijzeroer, waarvoor men in de Duitse ijzer- en staalfabrieken veel geld gaf. Hun­neman maakte er zijn dagwerk van oer te vervoeren naar Deven­ter, waar het in schepen van 125 ton werd geladen om verzon­den te worden, meestal naar Straatsburg.

“Doch voerman te blijven, zinde tenslotte de ijverige jonge kerel niet meer. Hij vond in wijlen de aannemer Verhoeven, hier welbekend door zijn werk bij de aanleg van de spoorweg Apeldoorn, Deventer en Almelo, een zakenvriend, die hem hielp in het drijven van eigen zaken met Duitsland. Zo kwam het voor, dat de voormalige boerenknecht soms 40 mensen aan het werk had om oer te graven, te breken en te vervoeren naar Deventer. De omzet beliep tot 600 ton, 600.000 kilo per maand”.

 

Hunneman deed later ook soortgelijke zaken met de bekende Deventer koopman Mr. H.G.Jordens.

 

“En met grote erkentelijkheid gedenkt hij nog steeds, hoeveel vertrouwen hem in zijn toen reeds omvangrijke zaken nu wijlen mr. H.G.Jordens schonk. Die was zijn raadsman en hulp in menige nood. 'Maar er kon toen ook veel gebeuren voor weinig geld', zei Hunneman, 'de lonen bedroegen in deze om­geving van 5 tot 8 cent per uur'.”

 

Gelukkig verdienen nu de men­sen van het land meer, want het was toen armoede wat de klok sloeg.

Ook met de handel in oer liep het tenslotte minder en Hunneman heeft toen nog heel wat in mijnhout omgezet.

In de tijd met nog altijd kwade jaren voor de boeg, toen het landvolk naar Duitsland toog en de boter en varkensprijzen ongekend laag waren, trok Berend Jan de stoute schoenen aan en ging naar Broekland om er op het Poggenschot een eigen huis te bouwen, heel primitief met zelf aangesleepte stenen en zonder veel gerief.

In 1886 was dat huis klaar. Maar daar heeft de rusteloze zoeker dan toch de heide zo gezien als later vele geleerden haar zouden bekijken. Hunneman had nl. bij een bezoek aan het landgoed "Hogenheim" te Apeldoorn kennis genomen van de werking van de kunstmest, het slakkemeel en ook de andere kunstmeststoffen.

Na een paar dagen zich te hebben bedacht, kocht hij achter Heeten in totaal 85 bunder heide en woeste gronden. Algemene verwondering die overging in een uitlachpartij toen Hunneman zijn voornemen te kennen gaf deze beide te ontwateren en er met behulp van kunstmest haver en rogge te verbouwen en het te gebruiken als hooiland. Hooi moest men in dien afgelegen uithoek met hoge vervoerskosten uit Deventer, waar men het verbouwde op de uiterwaarden en overal daar waar de vette klei langs de rivieren de hooibouw deed lonen.

De eerste ontginning werd allerminst ernstig genomen, al nam Hunneman ook, ondanks hetgeen de mensen ervan zeiden, een twintig man in dienst om te helpen ploegen.

Het jaar 1894, waarin de Lombokexpeditie in Nederlands Indië plaatsvond, had voor Hunneman in zijn herinnering nog enige betekenis. Immers, als hij met zijn arbeiders naar het eerste stuk ontgonnen hei ging, laadde hij die arbeiders op een grote wagen naar het werk en vrolijk zongen zij dan: "We gaan naar Lombok toe, wij gaan naar Lombok toe enz". Zo doopte Hunneman zijn eerste ontginning Lombok en zo heet de streek onder Nieuw Heeten nu nog.

De eerste oogst van deze ontginning, gras, werd met wantrouwen door diegenen die het konden kopen bezien. Het vee, slechts gewend aan slechte grassen, kon het nieuwe product maar kwalijk verdragen. Pas langzaam verdween dat wantrouwen en kon het product der ontginning geld opbrengen. Hunneman ging onvermoeid en met vast vertrouwen in de eindoverwinning voort zijn 85 bunder groot bezit te ontginnen. Hij deed de hei ombouwen, liet de omgezette grond een winter en zomer braak liggen en kwam er dan met de kunstmest en het zaaigoed op.

Grote bedragen gingen in de jaren zo door zijn handen tot fl. 40.000 per jaar toe. Zorgen waren het, bij dag en nacht. Maar toen het eenmaal goed ging.......

De hele streek kwam er bij te pas. Er waren navolgers bij de vleet. De grond, de vroegere in slecht gerucht staande heide, steeg gaandeweg in prijs. De Nederlandse Heidemaatschappij wierp zich erop, de energieke Engels eveneens. Men zag, dat met de kunstmest beter dan met stalmest, de haver op de been kon houden. Maar de boerenbevolking, die het gebruik nog niet kende, vroeg dikwijls aan Hunneman, te willen zien, of ze wel "het goede spul" hadden, als ze kunstmest kochten.

Al gaande weg heeft hij werkend zijn grond "vrij" kunnen ma­ken. Zijn buren die vroeger slechts een geit hadden, koch­ten nu een koe en wie vroeger een koe hadden konden er nu een stuk of zes kopen, soms een paard erbij, dankzij het ge­bruik van kunstmest en de heideontginning. Hunneman zelf heeft meer dan 300 bunder heide ontgonnen of andere gronden verbe­terd plus wat hij nog deed in loonwerk.

 

'Dan', volgens Hunneman, 'is de schuim van de handel nog beter dan het vel van de boer' en dat hield hij in het oog bij al zijn werken en ploeteren. Dat de nu 85 jarige een gezeten man is, is in de verre omtrek bekend. Wat hij deed, verrichtte hij voor zijn eigen gezin. Doch niet mag worden vergeten dat deze boer alom zijn vakgenoten aanzette, door zijn voorbeeld, tot energie en werklust. Zo is het geschied, dat waar vroeger slechts een enkele schrale boerenplaats stond, enige flinke boerderijen verrezen, met volop voer voor de beesten en waar het zuivelbe­drijf op moderne leest is geschied. Voor Hunneman was steeds het devies: "De hand aan de ploeg". Dinsdag 2 april zullen velen deze krasse oude boer, die een grote schaar van vrienden verwierf in zijn werkzaam leven, gelukwensen. Het is de ver­ering meteen van een, die de weg heeft gewezen naar welvaart door onverflauwde arbeidzaamheid.

 

Berend Jan Hunneman heeft voor de parochie van de H.Marcellinus veel betekend. Hij was vanaf de oprichting in 1912 tot aan zijn dood in 1939 lid van het kerkbestuur. Hij zal ongetwijfeld financieel veel hebben bijgedragen tot de oprichting van de kerk in Broekland. Ook al heb ik daar niet naar gezocht, hij komt in lijsten van giften voor een nieuwe kerk in Nieuw Heeten voor met een gift van f 700,-, terwijl hij ook nog eens voor f 1.200,- bomen gekocht en geschonken heeft voor de bouw van die kerk in Nieuw Heeten in en rond 1920.

Ook enkele van zijn kinderen gaven edelmoedig voor de kerk in Nieuw Heeten.

 

Berend Jan Hunneman, landbouwer, geboren te Deventer op 2 april 1844 buurtschap Snippeling., overleden te Wijhe op 7 december 1939 op erve Wesenberg, begraven te Broekland op 12 december 1939, 95 jaar oud, zoon van Gerrit Hunneman (dagloner en landbouwer) en Geertrui Hegeman (boerin).

Eigenaar en/of koper van verschillende erven en landerijen o.a. Erve Wezenberg, Erve Pokkenschot, 81,5 ha. woeste gronden onder Nieuw Heeten later bekend geworden onder de naam Lombok welke met behulp van kunstmest tot ontginning zijn gebracht rond 300 ha., Erve Cellen, Erve de Grote Bromhaar.

Berend Hunneman heeft financieel een grote bijdrage geleverd voor de kerk van Nieuw Heeten, maar ook voor de kerk van Broekland.

Berend is getrouwd te Raalte op 19 februari 1881, op 36-jarige leeftijd met

Gerritdina Kleine Schaars (26 jaar oud), geboren te Raalte op 18 januari 1855, overleden te Wijhe op 5 juni 1937 op erve Wesenberg, begraven te Broekland op 9 juni 1937, 82 jaar oud, dochter van Henrikus Kleine Schaars (landbouwer erve de Keizer) en Maria Raamsman.

 

Eerder verschenen in Rondom de Toren, september 2008, mededelingenblad van de Historische Vereniging Wijhe.
Auteur: Anton Heimerikx.

 

Reacties

afbeelding van Jos Bergevoet
Anton wat heb je dit verhaal weer prachtig geschreven.