Verhaal

Bevolking en grondgebruik in de marke Wijhe

Bevolking.

Salland is rond 1300 nog dun bevolkt. In de vroege middeleeuwen vormen zich bij Wijhe eilandjes van bewoning temidden van de woestenij. De middelen van hun bestaan vinden zij hoofdzakelijk in de landbouw met wat veeteelt. Dit komt doordat het vee in de winterperiode bijgevoerd moet worden. Wintervoer is beperkt. Men houdt een paar koeien, wat schapen en een varken voor eigen gebruik. De aangrenzende onontgonnen gronden of onland, zoal bos, heide en veengebieden, zijn voor een deel ook in gebruik bij de agrarische activiteit in de marke.

 

                                                 

Hoeveel mensen wonen in de 14e eeuw in Wijhe?
De inkomsten van de belasting in die periode geeft ons enig houvast. Het oudste schattingregisters van Salland van rond 1390 telt in het gebied van Wijhe slechts 241 betalende gezinnen. Gaan we uit van een gemiddeld gezin van 5 personen, kan komen we op ongeveer 1025 mensen.

De namen van de dienstmannen of ministeriëlen uit dit register is het vermelden waard:

Hengevelde:
Dirc de Oelde                                                     
Pieck
Willem ten Voerde
Vrederic van Baic
Bertold ter Becke
Henric Backeweert.

Wijnvoorden:
Dirc van Dorsten.

Tongeren:
Johan van Zonnenberge
Dirc van de Zonnenberge
Huge van Tongeren
Johan van Tongeren
Engelbert Tonys
Wouter Doermic

Wechterholt:
Helmich van Vorachten
Johan ter Souwe
Vrederic van Hunloe
Gert te Wellyngberge.

Herxen:
Otbert van Opbgerne
Bertold toe Bergen
Rolof van den Rutenberge.

 

De hoogte van de belasting varieert per huis.
In 1429 betalen 39 huizen in Wijhe samen 129 1/2 oude schilden; gemiddeld dus 3 oude schilden per huis.
De rijke goederen van Ten Berge met Loe en Eyssinck brengen 35 oude schilden op. Horigen betalen geen belasting en tellen ook niet mee.

 


                                 

 

Gebruik van de grond.

Slechts een klein oppervlak rond Wijhe bestaat uit bouwland en grasland. Het grootste deel is in de vroege middeleeuwen bedekt met een wilde begroeiïng van allerlei planten, struiken en bomen, die een ondoordringbare woestenij vormen. Bovendien overstroomt de IJssel jaarlijks deze woeste gronden op de rechter rivieroever tot kilometers landinwaarts. Jaarlijks verdrinken er zelfs mensen en vee. Verder blijft het water in plassen staan en vormt moerassen.
Voor de linker Veluwe-oever geldt dit niet: die is hoger gelegen.

Zoals gezegd, een deel van dit nog wilde onontgonnen land is onmisbaar voor het middeleeuwse boerenbedrijf.
Het uitgestrekte gebied rondom levert niet alleen struikgewas voor de vuurplaats, als bron van warmte en voor het bereiden van de dagelijkse maaltijd, het levert ook takken voor stalbezems.
Dagelijks leidt de scheper de gezamenlijke schaapskudde van de markgenoten naar het gras- of heideveld, waar deze hun voedsel vinden. De schapen leveren wol, vlees en melk.
Ook de bijenteelt is een onmisbare bron voor het winnen van honing.
De bemesting speelt een voorname rol. Men gebruikt de zogenaamde plaggen- of groenbemesting. De humuslaag van vergane plantenresten op de wilde gronden wordt in plaggen uitgestoken en als mest over het bouwland uitgestrooid. Die eeuwenlange plaggenbemesting op de essen of akkers van toen, zijn tegenwoordig zichtbaar als een verhoging in het landschap en wijzen dus onmiskenbaar op vroegere bewoning.
Helaas duurt het eeuwen voordat de oude plaggenlaag zich weer heeft hersteld. Na verloop van tijd verbiedt het markenbestuur dit willekeurige gebruik van het onland. Dan mag elke markgenoot maar een beperkt aantal plaggen en turven steken, afhankelijk van de waarschap (zie hierna) van zijn boerderij.
Het veen, de mars, stilstaande poelen met veenmos, levert in de vorm van turf eveneens brandstof.
In het voorjaar drijft men het vee naar de minder drassige veengronden, waar het zich te goed doet aan het jonge groen.
Het bos is er voor de jacht op het grote wild: de lynx of los en de beren en vossen voor pelzen.

                                                   

Tevens is het bos de onontbeerlijke bron voor timmerhout voor het bouwen en onderhoud van huizen en veestallen. Na ca. 25 jaar dient men het houtwerk te vernieuwen. Het kapafval doet weer dienst als brandhout.
Elke dag hoedt de varkenshouder hier de gezamenlijke varkens; zij doen zich tegoed aan de gevallen eikels of akers en vormen een ecologische schakel in de vroegmiddeleeuwse vetweiderij.
 

Waarschap.

De grootte van het erf met boerderij geeft men in Wijhese marke aan met een getal, waarschap, waardeel of ware geheten. Bij de verdeling van woeste grond, vele jaren later, onder de markgenoten bepaalt dit getal tevens de grootte van de toegewezen kavel woeste grond.

Gewaarden.
Bij het ontstaan van het markgenootschapen het gebruik van het begrip waardeel, heet voortaan de hofstee-eigenaar niet alleen markgenoot, maar nu ook gewaarde. Steeds is de gewaarde hoeve bepalend. De eigenaar/gewaarde vertegenwoordigt dit in het markebestuur en dankt hieraan eveneens zijn stemrecht.
Zonder gewaarde hofstee geen rechten in de marke.                                 

Geruchten.
Men fluistert dat men dijken gaat opwerpen en vaarten graven om het moeraswater van de rechter IJsseloever vanaf het klooster Ter Hunnepe tot Zwolle af te voeren. Voortaan geen overtromingen en drenkelingen meer?
Een waterschap schijnt in de maak te zijn. Elke inwoner wordt ingeland en verplicht die waterafvoer en het jaarlijks onderhoud van dijken en vaarten te regelen. Want wie het water deert, het water keert.

Behoudzucht en overmacht.
Tegen de verwachting in wordt alles stipt volgens plan uitgevoerd. Na het droogvallen van de moerassige oevergronden maken de gezamenlijke markgenoten van de hoeven in de marke geen aanstalten de aangrenzende, drooggevallen woeste gronden te verdelen en te ontginnen. Zelfs niet als tijdens het naijlen vn de Europese bloeiperiode van 1300 de vraag naar landbouwprodukte sterk toeneemt. De reden is eenvoudig: het gebruik van bouwland is gebonden aan de groenbemesting. De in eeuwen gevormde gras- of heidezoden kan men maar één keer afsteken voor groenbemesting. Men is er zuinig op. Ook het mengsel van stro en mest uit de potstal is beperkt. Vandaar de aarzeling bij het markenbestuur de verdeling en ontginning van droogevallen woeste gronden ter hand te nemen. Uitstellen is het parool. In plaats hiervan gaat men elders wel nieuwe gebieden droogleggen, verdelen en ontginnen.

Pas eeuwen later, in 1868, moet de Markenwet de hoven in bezit van kerken, kloosters, partikulieren en het collectief van markgenoten dwingen de dan nog gemeenschappelijke gronden in de Sallandse marken te verdelen.

 

Geschreven door A. P. Ouweneel, eerder verschenen in Rondom de Toren, september 2005, waarin ook de verantwoording van de afbeeldingen is gegeven.
Ingekort door Freerk Kunst.

 

 

Reacties