Verhaal

Boerhaarse kermis


Toen mijn vader uit de mobilisatie kwam in 1918, had hij van mede-soldaten de verhalen gehoord en in de praktijk denk ik ook meegekregen, dat er buiten soldaten ook nog andere wezens op aarde rondliepen.
Daarvoor was het hem ook wel opgevallen, maar was de jacht op het andere geslacht nog niet fanatiek ingezet.
Nu wilde het toeval dat er op de Boerhaar een, zoals hij dat zelf op onnavolgbare wijze zei, een 'alderjekese mooie knappe meid' rondliep, waar hij en ook zijn vrienden een oogje hadden laten vallen, maar hij claimde het eerste recht. 
Afgesproken was tussen hen, dat met de Boerhaarse kermis het tot daden zou moeten komen. Op het afgesproken tijdstip, na de kerkdienst voorafgaande aan de jaarlijkse kermis, stonden zij met elkaar voor cafe Geerts op die Boerhaarse schone te wachten. Mijn vader zou, zoals afgesproken, het eerst de stoute schoenen aantrekken. 
Toen zij in aantocht was, stonden zij als aan de grond genageld en zagen tot hun stomme verbazing dat zij met een, in hun ogen althans onguur manspersoon, samen gearmd de kerk uitkwamen lopen. 
Toen zij van de schrik bekomen waren, herkenden zij tot hun ontzetting, ook nog dat het een knaap uit het naburige Heino was. Dat was op zijn minst landsverraad. 
De ganse avond volgden zij het tweetal, die het zo te zien best naar hun zin hadden. 
Toen het donker werd, zagen zij tot hun ontsteltenis, dat zij ongezien van het feest en kermisterrein probeerden weg te komen. 
Pure opwinding en ongeloof maakte zich van eenieder van hun meester, toen het duo ook nog giechelend verdwenen in het dan lege kippenhok van bakker Dieks Heijmerikx.
Goede raad was duur. Hoe moest je nu het al zover was, je recht op de eigen dorpsschone opeisen en proberen te voorkomen dat zij met de vijand heulde.
Na overleg werd besloten dat Willem Heijmerikx het initiatief moest nemen. Hij had tenslotte het eerste recht. 
Na nogmaals ampel overleg ging hij bij zijn oom naar binnen, en kwam vrijwel direct daarna weer naar buiten. 
Hij had wel iets in zijn handen, maar dat was in het donker niet goed waar te nemen. 
Zijn vrienden bleven al wat op afstand. Hij ging onverschrokken richting kippenhok.     
Op een afstand van zo'n 10 tot 15 meter bleef hij in het donker staan en strekte zijn armen richting kippenhok, zonder dat goed te zien was wat hij daar aan het doen was.     
Vooralsnog vernam men niets en gebeurde er ogenschijnlijk niets, maar na enkele ogenblikken gewacht te hebben, kwam er een oorverdovende knal, die vervolgens in een zo mogelijk nog hardere knal overging, gevolgd door een hels geratel. 
Vrijwel onmiddellijk daarna was er een oorverdovend gekrijs en gegil, met daarbovenuit een vloek die iedereen van kleur deed veranderen. 
De deur van het kippenhok vloog open. Een lijkwit gezicht met verwarde haren vloog zonder om te kijken richting feestterrein. Direct daarna kwam de vijand, die eveneens richting feestterrein rende, zijn fiets greep, erop sprong en wegfietste richting Raalterweg of zijn leven ervan afhing. 
De kameraden waren opgelucht, zij hadden de vijand verdreven en gingen nu op pad naar het kermisterrein, waar zij nog net een groep meisjes van de Boerhaar, met in hun midden een erg bleek uitziende, maar toch nog steeds knappe schoonheid, te zien vertrekken naar huis om samen bij te komen van de schrik. 
Om de teleurstelling te boven te komen, hebben zij er nog maar eentje gedronken, misschien wel eentje teveel. 
Gelukkig maar, want anders hadden ze op de Boerhaar misschien dit voorval nooit gehoord, behalve de knal. 
De 'aldejekese mooie meid' heeft niemand gekregen. Zij verdween naar een dienst in de stad en de vijand uit Heino hebben zij ook nooit teruggezien. Dat een schot hagel op een zinken dak zoveel lawaai maakte hadden zij ook nooit geweten.
Het enigste wat nog herinnerde aan dit verhaal, was dat Dieks Heijmerikx, de bakker, nog jaren lang plezier heeft gehad van een mooie zondagse stropdas die hij heeft gevonden in zijn kippenhok en waarbij hij zich altijd heeft afgevraagd hoe die vrijwel nieuwe stropdas in hemelsnaam in zijn kippenhok terecht is gekomen.

 

Anton Heijmerikx.
 

Reacties