Verhaal

Borrelpraatje

Te diep in het glaasje.

Terecht wordt tegenwoordig de aandacht gevestigd op het overmatig gebruik van alcohol en de daaraan verbonden risico's.
Begin jaren tachtig beweerde de Officier van Justitie te Zutphen in het openbaar dat er in Wijhe te veel gedronken werd. Helaas werd deze bewering niet onderbouwd. We mogen er dus vanuit gaan dat Wijhe, wat drankgebruik betreft, vooralsnog geen uitzondering vormt in het landelijke beeld.

In het verleden zijn er perioden geweest dat het alcoholprobleem terecht veel aandacht kreeg, ook in Wjhe.
Rond 1900 werd er heel wat alcohol genuttigd en niet alleen door "stille drinkers", getuige het verslag van het Kantongerecht te Deventer in 1901. In dat jaar werden maar liefst 39 Wijhenaren wegens openbare dronkenschap veroordeeld. Toen de gemeente Wijhe in 1900 een nieuwe nachtwaker vroeg, vond men het nodig in de oproep te vermelden dat van de sollicitant verwacht werd  "vrij te zijn van het gebruik van sterken drank".
Het drankprobleem beperkte zich niet tot Wijhe; in Raalte steeg het gebruik van sterke drank van 6,6 liter in 1893 tot 7,24 liter per persoon in 1900.

 

De bestrijding.

Overal bond met de strijd aan tegen de alcohol en werden drankbestrijdingsverenigingen opgericht. In Wijhe waren drie van deze verenigingen actief. Ze organiserden meetings, richtten jeugdafdelingen op en de plaatselijke afdeling van de "Nederlandsche Vereeniging tot afschaffing van alcoholische dranken" had jarenlang een eigen toneelvereniging "De Drankbestrijder". Later exploiteerde men aan de Dijk zelfs een eigen geheelonthouderscafé.               

Men zal met vreugde hebben geconstateerd dat in 1909 het alcoholgebruik met 12 % was gedaald en nog "slechts" 19 Wijhenaren veroordeeld werden wegens openbare dronkenschap. Maar de strijd ging onverminderd voort. Men vond bijvoorbeeld het aantal gelegenheden waar men sterke drank kon krijgen in Wijhe veel te hoog. In 1915 waren dat er nog 17; dat betekende 1 vergunning op 260 inwoners.
Ook raadsleden probeerden het aantal vergunningen terug te dringen. Enkelen wilden Wijhe zelfs langzaam "droogleggen". Zover is het niet gekomen. Wel werden vanaf 1920 geen nieuwe vergunningen meer verleend. In 1931 waren er door "natuurlijke afvloeiïng" dan ook nog slechts 11 vergunninghouders over.

De drankbestrijdingsverenigingen verdwenen geleidelijk van het toneel. In januari 1953 tijdens een vergadering onder leiding van voorzitter Joh. Halfwerk werd tot opheffing van de laatste plaatselijke vereniging besloten.

Reacties