Verhaal

De aanstelling van een armenjager in Wijhe, 1765

In de 18e eeuw was men in Overijssel niet bepaald tolerant tegenover zwervers of arme mensen die zich in een bepaald schoutambt wilden vestigen. Om te voorkomen dat deze ten laste van de gemeenschap zouden komen, werd in Wijhe in 1765 een armenjager aangesteld, die - zoals zijn naam zegt - deze armen moest verjagen, desnoods met gebruikmaking van een geweer.

Op 19 augustus 1765 vergaderden de Generale Erfgenamen van het kerspel Wijhe in de kerk van Wijhe. Aanwezig zijn de HoogWelGeboren Gestrenge Heer van Dedem thoe den Gelder en zijn zoon, de heer Hemert thoe den Kritenbergh, Podt en rentm. Lemker wegens de stad Deventer, luitenant D.A. van Hemert, de cornet Buno, H.J. Poortenaar en Gerrit Vervoorde namens zijn moeder. De Verwalter Scholtus (Joan) Bannier leest een brief voor van de landschrijver Fabius namens de Heer Landdrost van Zalland, gedateerd 1 augustus 1765, waarbij volgens de Resolutie van Ridderschap en Steden van Overijssel een armenjager over dit kerspel moet worden aangesteld. Het tractement voor hem moet worden geregeld, alsmede een instructie.

Het tractement van de armenjager behoort in rekening gebracht te worden bij de ingezetenen en de huizen op het platteland. In de buurschappen moeten de herenhuizen en spijkers, die het hele jaar bewoond worden, evenals die voor plezier gehouden worden en maar voor een bepaalde tijd van het jaar bewoond worden, getaxeerd worden als de grote of gehele boeren. Driedelingen behoren op parten en halve boeren op de halfscheids getaxeerd worden van hetgeen de herenhuizen en de volle boeren moeten betalen. Katers moeten 1/4 part betalen. Er moet betaald worden aan de respectievelijke ontvangers van de districten en kerspels. De armenjager wordt wekelijks betaald, "genietende voor de ontvangst en uitgaven drie van 't hondert".

Tot armenjager van het kerspel Wijhe wordt benoemd en aangesteld Barent Meijer en aan hem wordt instructie gegeven om zich daarnaar te dragen. Barent wordt van het benodigde geweer alsmede van kleding voorzien. Niet alleen het geweer blijft eigendom van de Erfgenamen, maar ook de kleren wanneer de armenjager door overlijden of op andere wijze binnen 2 jaar buiten zijn functie mocht komen te geraken.

*Zie verder Rondom de Toren, verenigingsblad van de Historische Vereniging Wijhe, nr. 62, 2002, blz.19.

 

 

 

Reacties