Verhaal

De moord in Herxen en het laatste Overijsselse doodvonnis

Auteur: 
H. Huiberts en A. Heijmerikx

Op 6 februari 1837 was de buurschap Herxen in rep en roer. In de nacht van 5 op 6 februari was brand uitgebroken in de woning van de daghuurder Albert Wetterman, een 38-jarige man, die met zijn vrouw Gerridina Lankhorst en drie kinderen nogal afgezonderd in een arbeiderswoning leefde. Was deze brand al erg voor het gezin, nog erger was dat de vrouw van Wetterman de vorige dag plotseling was overleden en in het huisje stond opgebaard. Met grote moeite wisten de buren het brandende huis binnen te dringen en het lijk naar buiten te brengen. 

Onderzoek

Het plotselinge overlijden van de vrouw van Wetterman had de burgemeester van Wijhe, Gilles Schouten, de vorige dag reeds aanleiding gegeven ter plaatse een onderzoek in te stellen. Tijdens dat onderzoek kwamen een aantal zeer vreemde dingen aan het licht. In de eerste plaats bleek dat bij Wetterman thuis sinds enige tijd door de diaconie een minderjarig meisje was uitbesteed met wie hij een verhouding had. Dat meisje was ongeveer vier weken voor de brand in Heino bevallen van een kind. Tegen de wil van zijn vrouw nam Wetterman het meisje met haar kind weer in zijn woning op. De vrouw van Wetterman was daarop van verdriet ziek geworden en kreeg medicijnen toegediend die haar man voor haar uit Zwolle haalde.Verder bleek dat de vrouw onder hevige krampen was gestorven. 

Dit vond de burgemeester van Wijhe zeer verdacht. Hij schreef in zijn proces-verbaal: "Daar bij mij soupçon van vergiftiging opkwam, waarin ik gesterkt werd door het ongunstige tafreel het welk door het publiek van hem werd opgehangen, heb ik hem dadelijk verhoord, dan noch uit zijne verklaringen, nog uit die der naburen eenige gegronde redenen tot verdenkin kunnende opmaken, raadde ik hem aan om een lijkopening te laten doen". Na enig tegenstribbelen had Wetterman in de lijkopening toegestemd. Deze was bepaald op de volgende dag en zou geschieden door dokter Tjaden te Wijhe, geassisteerd door dokter Mol uit Olst en in het bijzijn van de burgemeester. Zover kwam het echter niet.

Brand

Die nacht brandde de woning van Wetterman af en waarschijnlijk zou er nimmer iets van een lijkopening hebben kunnen plaats vinden, als de buren het lijk niet naar buiten hadden weten te krijgen. Het waren dezelfde buren die van deze vreemde brand aangifte hadden gedaan. Het duurde niet lang of de burgemeester verscheen "met de Heer Regter ter Instructie en Substituut Officier bij de Regtbank te Deventer ter plaatse". Albert Wetterman werd in tegenwoordigheid van het stoffelijk overschot van zijn echtgenote gebracht en "zijnde na eenige aarzeling bekende zijne vrouw eerst met kwik en daarna me rattenkruid te hebben ingegeven, terwijl hij egter niet heeft willen bekennen zijn woning in brand te hebben gestoken, hoe waarschijnlijk zulks ook uit al de daarbij plaatse gehad hebbende omstandigheden bleek".

Wetterman werd gearresteerd en tijdens het strafproces bleek dat hij zijn vrijheid wilde terughebben en daarom in Zwolle vergif had gekocht en dit als medicijn aan zijn vrouw gegeven. Toen deze bezweken was en hij uit het door de burgemeester ingestelde onderzoek concludeerde dat de ontdekking van zijn misdaad slechts een kwestie van uren was, kwam bij hem het idee op om de woning in brand te steken en op die manier alle bewijzen meteen te vernietigen.

Doodstraf

Wetterman werd veroordeeld tot de doodstraf. Het vonnis werd voltrokken op 7 juli 's middags om 12.00 uur op de Grote Markt te Zwolle. Op een marktdag, zodat er een enorm grote toevloed van mensen op af kwam, als ware het een kermisattractie. Voor de Hoofdwacht was door de stadstimmerman een schavot gebouwd met daarop een galg, een stang tussen twee palen, waaraan de strop hing. Nadat de scherprechter hem de strop had omgedaan, werd op een teken van een der magistraten, die toekeken vanuit de luikjes boven de Hoofdwacht, het valluik weggetrokken en de executie was een feit. Albert Wetterman werd begraven op het Broerenkerkhof te Zwolle. Hij was de laatste die men in Overijssel aan de galg heeft gerechtgesteld. De officiële afschaffing van de doodstraf was in 1870.

*Dit is een samenvatting van twee artikelen die eerder zijn verschenen in Rondom de Toren, 1992, nr. 32 (geschreven door wijlen H. Huiberts) en 1993 nr. 36 (aangevuld door A. Heijmerikx).
 

Reacties