Verhaal

De westgrens van Overijssel

Auteur: 
Caspar van Heel

Als je een willekeurige landgenoot vraagt hoe de grens tussen Gelderland en Overijssel loopt dan zal hij zeggen: door de IJssel. Maar dit antwoord is nog niet voor de helft goed, want alle Overijsselse gemeenten langs de IJssel – op twee na – liggen aan beide zijden van de rivieren en één daarvan, Zwolle, lag vroeger ook ter weerszijden van de IJssel. Van De Worp bij Deventer tot de Vossewaard bij Kampen ligt meer dan de helft van de linker IJsseloever op Overijssels grondgebied.

Met dit laatste had staatssecretaris van Binnenlandse Zaken in 1991, mevr. D.Y.W. de Graaff – Nauta, wat moeite. Ze noemde met name Welsum (gemeente Olst) en Marle (gemeente Wijhe) zelfs knelpunten. Voordat je echter dingen met succes kunt veranderen moet je wel weten hoe en waarom die dingen ontstaan zijn. Want ook al in de Franse Tijd werd de grens bij Welsum en Marle 'rechtgetrokken', maar spoedig na het vertrek van de Franse troepen werd de oude toestand hersteld. En als nu in deze eeuw spoedig na het vertrek van deze staatssecretaris de oude toestand opnieuw hersteld zou worden, kunnen we dan niet beter onnodige grenscorrecties voorkomen?

De rivier als grens

Het is geenszins uitgesloten dat de huidige grens wel degelijk de rivierbedding van een bepaald moment heeft gevolgd. We moeten bedenken dat de Gelderse dijk vrij laat aangelegd is. Voor vroegere dijkaanleg was aan de Veluwse kant minder aanleiding dan Sallandse kant in een tijd dat het lage deel van de Veluwe nog nauwelijks ontgonnen was en voornamelijk uit moerassig land bestond. De relatieve smallle strook laagland tussen IJsselstroom en Veluwemassief liep dus regelmatig onder water, maar dat deerde weinig belangen en veroorzaakte wel steeds wisselende zomerbeddingen van de rivier. Als dan in de loop van de dertiende eeuw de Gelderse dijk wordt aangelegd, dan worden als vanzelfsprekend de al lang bestaande parochiegrenzen gerespecteerd en daarmee ook de grenzen tussen het graafschap Gelre en het Oversticht van het bisdom Utrecht. Dat een oude rivierbedding de grens kan vormen, wordt bevestigd op het kaartje van Deventer in de gemeente-atlas van Kuyper, waar de provinciegrens tussen Wilp en Deventer gevormd wordt door de Oude IJssel. Een dergelijke oude bedding als grens is ook te zien op het kaartje van Zutphen (Oude IJssel) en van Doesburg (Lamme IJssel), zij het dat het daar geen provinciegrens betreft, maar slechts een gemeentegrens.

Bruggehoofd aan de andere kant van de rivier

Veel riviersteden hadden in de middeleeuwen een bruggehoofd op de andere rivieroever. Te denken valt aan Rome, Maastricht, Utrecht, Keulen en Arnhem. Dit is ook heel duidelijk het geval in Kampen en mogelijk ook in Deventer (De Worp). En dergelijk bruggehoofd ontstond in een tijd dat de stad de jurisdictie wilde hebben over de door de stad bekostigde brug over de rivier, maar mogelijk al eerder, toen ter plekke de oververbinding nog door een veerpont werd verzorgd.

Zoiets is natuurlijk niet aan alle steden voorbehouden. Ook bij dorpen als Olst en Wijhe zou dit een mogelijkheid kunnen zijn geweest. Een dergelijk bruggehoofd voor een veer is schitterend te zien op het kaartje van Doorwerth in de Gelderse gemeente-atlas van Kuyper. Als we nu nagaan wat de historische bronnen over de IJsselgrens tussen de Veluwe en Salland zeggen, dan zijn de volgende gegevens van belang. We bekijken de gegevens vanuit Deventer stroomafwaarts.

Olst

De eerste keer dat de band van Welsum met Olst naar voren komt is in mei 1295, wanneer een Deventer burger het erf 'Ton Utgange' verwerft. Dit erf ligt in Welsum in de parochie Olst. De overdracht van dit erf geschiedt echter ten overstaan van Amelius de Billen, richter van de graaf van Gelre. Waarom dit zo is wordt niet helemaal duidelijk. Weliswaar wordt Salland eind 1295 verpand aan de graaf van Gelre, maar in mei 1295 bezat deze graaf in het kerspel Olst nog geen rechtsmacht. Hoe dan ook, als in 1319 een geschil over het erf 'Ton Utgange' ontstaat, laat de bisschop van Utrecht de richter van de graaf op de Veluwe waarschuwen zich niet met de zaak in te laten. Dat Welsum deel uit maakte van Salland wordt in 1347 door de bisschop bevestigd als hij nadrukkelijk bepaalt dat het kapittel van Deventer de vrije beschikking heeft over de novale tienden in Welsum in het kerspel Olst.

Al in 1240 had het kapittel alle novale tienden in Salland gekregen, maar kennelijk was ruim een eeuw later onduidelijk of Welsum bij Salland behoorde. Het kapittel had aan deze bisschoppelijke verklaring behoefte, omdat het van plan was de tienden ter beschikking te stellen van en nieuwe kanunnik, aan wie nog geen prebende kon worden toegekend. Hoe ingewikkeld grenzen kunnen lopen blijkt bijv. in 1642, wanneer de geërfden van de Welsumerwaarden ook gerechtigd zijn op de andere oever in de Olsterwaarden. Kennelijk stoorde de rivier zich niet aan zakelijke rechten. In de vorige eeuw hoorde het zuidelijk deel van Welsum, Grapendaal dus, kerkelijk zowel onder Terwolde als onder Olst. Kinderen werden in Terwolde gedoopt, echtparen trouwden in Olst en armen werden deels door Terwolde, deels door Olst onderhouden. Wat de westgrens van Welsum met Voorst/Epe bepaald heeft, is niet helemaal duidelijk, maar vermoedelijk was dat een oude IJsselbedding.

Wijhe

Waar de leengoederen in Wijhe lagen, die Goswinus de Merne in 1261 in pacht kreeg van het kapittel van St. Marie te Utrecht, is niet duidelijk. Evenmin is de ligging bekend van het goed Ter Meerne of ter Merne in Wijhe, waarover de drost van Salland in 1403 geen schatting mocht opleggen en dat in 1420 door het klooser Diepenveen werd verworven. Waarschijnlijk ligt dit goed inderdaad op de plek die thans Marle heet, want in 1394 blijkt Evert van Merne te wonen aan de overzijde van de IJssel in Wijerkerspel.                                     Maar als in het schattingsregister van Salland van omstreeks 1380 sprake is van Marle, dan is dat in directe samenhang met Wijnvoorde. Nog heel lang worden Wijnvoorde en Marle in één adem genoemd, bijv. in 1459 als de Utrechtse bisschop de smalle tienden te Wijnvoerde en Marle verpacht aan Evert van Wytmen of in 1598 als de buurschappen in het kerspel Wijhe worden opgesomd : "Wijnfoerden en Marloe". De combinatie is zo hardnekkig, dat het vermoeden rijst dat de rivier pas laat scheiding heeft gebracht tussen Wijnvoorde en Marle. Wijnvoorde betekent overigens 'doorwaardbare plaats bij Wijhe', maar ook Wijnvoorde wordt pas voor het eerst genoemd in dat schattingsregister van 1380. Het markeboekje van Marle in het gemeentearchief van Deventer begint waarschijnlijk op 22 oktober 1662 en dan is duidelijk dat Marle het deel van Wijhe is dat aan de Veluwse kant van de IJssel ligt. Op gond van de hier vermelde gegevens heb ik het vermoeden, dat de westgrens van Marle tot in de veertiende eeuw door de IJssel werd bepaald. In elk geval hoort Marle al meer dan 600 jaar bij Wijhe.

*Door mr. C. Van Heel, oud-archiefinspecteur van Overijssel. Eerder verschenen in 'Rondom de Toren', nr. 29, 1991. Het betreft een commentaar op de plannen van de toenmalige staatssecretaris van Binnenlandse Zaken in 1991 om de grenzen van de gemeenten Olst en Wijhe te corrigeren. Lees het alsof het 1991 is.

Reacties