Verhaal

Erve en goed De Vos

Auteur: 
Rondom de Toren, september en december 2013.

 

Het erve en goed De Vos

De schuilkerk.

Het erve en goed “De Vos” was gelegen in buurschap Wengelo in het schoutambt van Wijhe, thans Hooglandweg 3.

Na de reformatie brak er een tijd aan dat de schuilkerk zijn intrede deed, omdat het katholicisme verboden werd. In de loop van de tijd kwamen er op meerdere plaatsen schuilkerken, zo ook op erve “De Vos”. In 1688 was erve “De Vos” op Potcampsgoed in de marke Hengevelde de plaats waar veel katholieken bijeenkwamen. Pastoor Waeyer schrijft hierover het volgende: “Pater Joannes Karstens heeft naer Paesschen, anno 1688, zijn residentie op Potcampsgoed, genaemt “de Vos” genomen”. Antonia Potcamp gaf in 1716 toestemming om een statie te stichten op haar boerenerf “De Vos” bij Wijhe. Vanaf 1716 was dit de post van pater Boelens. In 1742 kwam de eerste wereldgeestelijke naar “De Vos”. Dit was de in Zwolle geboren Hendricus Johannes Schaepman. De schuilkerk op “De Vos” diende nog tot november 1819 als kerk. Toen verdween deze schuilkerk na 130 jaar een redelijk veilig onderkomen geboden te hebben. Men ging op zoek naar een nieuwe locatie voor de kerk. Op de eerste plaats omdat ”De Vos” oud en vervallen was. Verder bleek “De Vos” geen eigendom van de kerkelijke gemeente te zijn en kon het niet voor een behoorlijke prijs van de heer B.J. van Sonsbeeck gekocht worden. Vraag is natuurlijk wat was destijds een behoorlijke prijs? Bovendien welke eigenaar verkoopt er iets uit het hart van zijn bezittingen?

De nieuwe kerk werd op een stuk grond, “De Boerhaar” genaamd, aan de Soestwetering gebouwd. Het is overigens opvallend te noemen dat men binnen de gemeenschap niet wist dat het geen eigendom was van de kerkelijke gemeente. Mogelijk valt hieruit te concluderen dat Van Sonsbeeck zich weinig op zijn goed “De Vos” vertoonde. Op de Hottingerkaart uit 1783 zien wij bij het erve en goed “De Vos” de nadere aanduiding ‘De Vos Roomse kerk’. In tegenstelling tot het aan de noordwestzijde grenzende buitengoed “Hengevelde”, zien wij op de percelen die blijkens de kadastrale kaart uit 1832 tot het erve en goed “De Vos” behoren geen bossen. Wel wat landschapselementen.

Hottingerkaart 1783.

 

Bij de inwerkingtreding van het kadaster op 1 oktober 1832, was Herman van Sonsbeeck (de zoon van B.J.vanSonsbeeck) eigenaar van dit buitengoed. De oppervlakte hiervan bleek op dat moment ruim 47 ha. te bedragen. Het bijbehorend kaartmateriaal geeft ook een visueel beeld van de omvang van het landgoed, de aanwezige gebouwen en de cultuurtoestand van de landerijen. Indien men erve “Den Wijermars” en de katerstede “Het Hogeslag” er bij betrekt, kan men bij benadering de situatie zien zoals die in 1800 nog gold.

 

Afbeelding van de kadasterkaart 1832

Opvallend is dat het buitengoed “De Vos” gelegen was op een ovaalvormig nagenoeg geheel omgracht terrein van ruim drie-kwart ha. Op het binnenterrein bevinden zich twee grotere en drie kleinere bouwwerken. Van de twee grotere bouwwerken is tenminste één een woning. De andere, de grootste, is niet nader geduid. Deze is voorzien van twee kleinere uitbouwen. Dit zou mogelijk de voormalige schuilkerk geweest kunnen zijn. De andere drie bouwwerken betreffen bijgebouwen als mogelijk een kookhuis en varkenskot. Naast het erf en een grote tuin, bevindt zich ook een boomgaard op het binnenterrein. Uit een vermelding is gebleken dat er zich in 1825 een ‘hegge bij den Vos om de gragt’ bevond. Vruchtbomen trof je destijds al bij daglonerswoningen aan omdat bij de afwezigheid van straatwegen de aanvoer van vers fruit moeilijk was en men zoveel mogelijk zelfvoorzienend moest zijn. Op erve “De Bil” bevindt zich één gebouw dat nader geduid is als huis. Het betreft de kaderstede. Gelet op de intekening op de kadastrale kaart lijkt het een traditionele Sallandse boerderij, bestaande uit een boerenvoorhuis met een achterhuis dat voorzien is van een achterbaander en onderschoer. Bij dit erfperceel bevindt zich ook een boomgaard. In tegenstelling tot de situatie van 1783 zien we dat een substantieel deel van het landgoed bestaat uit eikenhakhout. Naast de singels ook drie grotere eikenhakhoutpercelen. De smalle als hakhout geduide percelen betroffen vermoedelijk hagen. In de periode 1803-1832 wordt namelijk melding gemaakt van verschillende hagen. Verder bestond het landgoed in 1832 uit bouwlanden, weilanden en hooilanden. Vermoedelijk liep er in oostelijke richting een pad door naar het naburige erve “Hengeveld”.

We zien dat in 1832 erve “den Wijermars” en de katerstede “Het Hogeslag” reeds in handen van derden waren. De katerstede “Het Hogeslag” grensde aan de noordzijde en was in 1832 eigendom van de landbouwer Lammert van Riel. De katerstede “Het Hogeslag” was zo 'n 2 ½ ha. groot en omvatte naast een erfperceel met één bouwwerk (geduid als huis) een boomgaard, bouw-, hooi- en weilanden. Door de afsplitsing van deze katerstede van het Erve en goed “De Vos” waren er aan de noordzijde ‘gaten’ in het bezit gevallen. Het erve “den Wijermars” lag grotendeels aangrenzend aan de westzijde. Het werd afgescheiden door de Oude Wetering. Het lag tussen de Oude Wetering en de Soestwetering. Het eigendom berustte in 1832 bij Gerrit Jan Siebelt. Hij was bouwman en landbouwer van beroep. Op het erfperceel bevond zich een boerderij welke voorzien was van een achterbaander en onderschoer, een hooiberg en twee bijgebouwtjes. Het gedeelte dat aansluitend aan het Erve en goed “De Vos” gelegen was, was bijna 6 ha. groot en bestond uit een boomgaard, eikenhakhout, weiland, bouwland en hooiland. Verder waren er in de directe omgeving enkele veldkavels hooilanden en bouwland, ter grootte van 10 ha. Indien wij deze veldkavels buiten beschouwing laten zal de oorspronkelijke oppervlakte van het Erve en goed “De Vos” bij benadering ongeveer 65 hectare groot geweest zijn.

Kasboek

Van de periode 1827 tot 1842 is een kasboek van “De Vos” bewaard gebleven. Het geeft een goed beeld over die tijd. Over de gehele periode zien we evenals bij “De Bese” en “Langeveldslo” jaarlijks een positief exploitatieresultaat, variërend van f 421,91 tot f 1.500,=.

In het seizoen 1827/28 zien we pachtinkomsten van Weijermarsch en Hogeslag. Verder zijn er inkomsten uit de verkoop van 22 hoenders en 1 gans. Ook wordt er een strook voor Lange Akkers bij den Bil en de heg om Voskamp voor f 466,= verkocht aan rijssen (rijshout).

We zien jaarlijks pachtinkomsten, alsmede opbrengsten van de verkoop van zowel akkermaalshout als rijshout. Ook wordt er meer op incidentele basis geld ontvangen voor de verkoop van poters en plantsoen. De verkoop van 2.000 poters in het seizoen 1836/37 voor

f 24,=, alsmede in het seizoen 1838/39 voor f 84,= verkocht plantsoen, doet vermoeden dat er ook een kwekerij was. In het begin komen we Weijermarsch en Hogeslag als pachters tegen. Later zijn dit Vosman en Bilman. In het seizoen 1838/39 worden er kosten gemaakt voor latten en spijkers aan Vosmansschuur.

Aan de uitgave kant zien we kosten voor dagloners.

 

Veldnamen.

Als toponiemen ( namen, waarmee stukken land benoemd wrden) treffen we in het kasboek diverse namen aan: Bilmansland, Bonenkamp, Bosch bij Hogeslag, Dubbenbosch, Giesenweidenbosch bij den Bil, Gieseweiland, Grote Bosch, Hooijlandsbosch, Scharpenbosch, Tiederloserbosch, Vosmanskamp en Wijermarschbosch. Qua boomsoorten wordt er alleen melding gemaakt van een lindeboom. In een kasboek van de aanplant en verkoop van bomen en akkermaalshout (1803-1839) is verder nog sprake van Bonenkamp of afgebrande bosch, Grote bosch over de Strate [Boerlestraat], Ravenshegge en bosje bij ’t Hoogland en het hoekje telgen aan Vosmanskamp.

 

Overijsselsche Courant, 1827.

 

Verkoop en afbraak.

In 1800 was B.J. Van Sonsbeeck, samen met zijn broer en zuster, elk voor een deel in het bezit gekomen van de nalatenschap van hun ouders. Op 30 april 1842 verkoopt hij het landgoed “De Vos” evenals het andere, in de gemeente Wijhe gelegen, landgoed “Langeveldslo”. De koper is Pierre Vouté. De verkoop valt samen met het moment, dat zijn zoon Herman voor ontginningen begint te beleggen door aankoop van gronden in de gemeente Ambt-Hardenberg.

Verkocht wordt het erve en goed “De Vos” en de katerstede “De Bil” genaamd met alle daarop staande gebouwen, getimmerten en zaadbergen, bosbomen (veelal eiken) en houtgewassen en daarbij behorende akkermaalsbossen, bouw- en weilanden, tezamen bijna 48 ha. Uitgezonderd van de verkoop is het “Dobbenbosch” bij Wijermars. De notariële levering vindt plaats op 10 juni 1842. De verkoopsom bedraagt f 20.000,=. De pachtpenningen tot 22 februari 1843 vallen toe aan de heer B.J. van Sonsbeeck. Ook het akkermaalshout mag hij in 1842 nog veilen.

Opvallend is dat B.J. van Sonsbeeck bij de verkoop niet namens zijn zoon Herman, de eigenaar in 1832, optreedt. Pierre Vouté had in 1840 reeds bij openbare verkoop de in Olst gelegen havezate “De Haere”, groot ongeveer 74 hectare, gekocht. Bij akte van verdeling (d.d. 20 december 1845) wordt het landgoed “De Vos en Bil” voor de getaxeerde waarde, ad. f 25.569,12, toebedeeld aan zijn meerderjarige dochter Jeanne Elisabeth Vouté. Haar vader was eerder dat jaar overleden. Mevrouw J.E. Vouté was gehuwd met de heer L.A.G. Moliere.

 

Bij een openbare veiling verkoopt de heer L.A.G. Moliere als lasthebber van zijn echtgenoot, mevrouw J.E. Vouté, het landgoed “Vos en Bil” genaamd op 29 april 1851. Verkocht worden twee boerenerven met opgaande eikenbomen, uitgestrekte akkermaalsbossen en grote kwekerij met eikenbomen en bostelgen, tezamen groot ruim 46 ha. Het boerenerf “De Vos” bestaat uit een huis, hooi- en stoltenberg, terwijl het boerenerf “De Bil” bestaat uit een boerenwoning met stoltenberg. Het landgoed wordt in de massa voor f 20.725,= gegund aan J.A.G. Baron de Vos van Steenwijk.

 

Het spijker “De Vos” moet in de loop van de negentiende eeuw afgebroken zijn. Thans bevindt zich hier aan de Hooglandweg 3 te Boerhaar een monumentale boerderij. Deze boerderij is voorzien van een gevelsteen met de passende tekst “Verheft zich hier geen bidplaats meer, ’t Heelal is tempel van de Heer’. Een deel van de gracht is nog aanwezig.

Het huidige erve “De Bil” ligt aan de zuidzijde van de Boerlestraat, huisnummer 10. De katerstede “Het Hogeslag” ligt aan de Hooglandweg 4, terwijl erve “Den Wijermars” verdwenen is.

 

Reacties

afbeelding van Joost Spijker
Zou het Spijker de Vos, het Spijker kunnen zijn waar onze familie naam aan te linken is? Ik zoek al heel lang naar de boerderij/het gebouw waar onze familienaam door is ingegeven. Dit gebouw (mogelijk toren met gracht) zou in de marke Wengelo bij Boerhaar moet hebben gelegen, vlak achter Wijhe. Mijn voorouder heette Willem (Wilm) van 't Jansen Spieker en was klompenmaker. Wanneer iemand meer informatie over deze Spijker/spieker familie heeft, heel graag even contact! Alvast dank! Joost Spijker (Spieker dus eigenlijk)