Verhaal

Sallanders als soldaten in vreemde, maar vooral katholieke krijgsdienst

Auteur: 
Anton Heijmerikx, Rondom de Toren nr. 77, 2007.

De zouaven zijn de soldaten in vreemde maar vooral katholieke krijgsdienst, soldaten in het leger van Paus Pius IX (19e eeuw), van verschillende nationaliteiten en allen van onberispelijk gedrag. Soldaten die het grondgebied van de kerk, welk grondgebied al vanaf 756 bestond, moesten verdedigen.

De Paus is hoofd van de katholieke kerk maar ook van de kerkelijke staat. Hij had geen geregeld leger tot zijn beschikking, maar kon enkel een beroep doen op een handjevol vrijwilligers. Hij wilde niet te afhankelijk worden van hem goedgunstig gezinde regeringen zoals die van Frankrijk en deed daarom in 1860, na onder de voet te zijn gelopen bij Castelfidardo, een oproep aan alle katholieke jonge mannen over de gehele wereld om de kerk te komen helpen verdedigen. Mede daardoor breidde het vrijwilligersleger dat hoofdzakelijk bestond uit Fransen en Belgen, zich fors uit met mannen vanuit de hele wereld. In totaal 11036 jonge mannen, waarvan 3181 uit Nederland, 2964 uit Frankrijk, 1634 uit België, 744 uit Italië, 20 uit Luxemburg en zelfs 1 met de Chinese nationaliteit, al gebiedt de eerlijkheid, dat deze laatste al geruime tijd in het klooster van Oudenbosch woonachtig was. Vanuit Oudenbosch zelf vertrokken maar liefst 22 plaatsgenoten naar den vreemde. Deze plaats was dan ook het middelpunt van Nederland betreffende de zouavenbeweging. Het was van hieruit, dat de meesten vertrokken. Pastoor Willem Hellemonds was de stuwende kracht. Hij wist zijn liefde voor de paus en de stad Rome over te brengen. Samen met kloosteroverste Vader Vincentius hadden zij een gedeelte van de kostschool St. Louis vrijgemaakt voor de opvang van de vrijwilligers op doorreis naar Rome.

Zouaven

Pastoor Hellemonds had jaren gewoond en gestudeerd in Rome. Hij was het ook die het initiatief nam om in Oudenbosch een Romeinse kerk te bouwen, een mengeling van de St. Pieter en de St. Jan van Lateranen. De bekende architect Cuypers leverde het ontwerp. De lengte is 81 meter, de breedte 55 en de hoogte van de koepel bedraagt 63 meter. Gigantische afmetingen voor een relatief kleine plaats dat Oudenbosch in die dagen toch was. De inhoud van de kerk is overweldigend, maar toch nog 16 maal kleiner dan de echte St. Pieter in Rome. Men begon met de bouw in 1865 en in 1892 was de bouw voltooid. In 1912 verkreeg de kerk, vernoemd naar de H.H. Agatha en Barbara, de titel van Baseliek.

Met ruim 3.000 mannen was Nederland verreweg het grootste contingent. In 1861 werd het zouavenregiment officieel opgericht. Als uniform werd door de Franse commandant De Becdelièvre een Turks uniform, ooit ontworpen door Michel Angelo, gekozen van de Franse infanteriesoldaten uit Zouavie. Dat verklaart tevens de naam van Zouaven. De niet Franse soldaten hebben het niet bepaald gemakkelijk. Zij werden door de hoofdzakelijk Franse onderofficieren en officieren behoorlijk gediscrimineerd. In de jaren 1860/1870 hebben de Zouaven verschillende keren slag moeten leveren tegen belagers van het pauselijke rijk.

In rustiger tijden hebben Zouaven zich verdienstelijk kunnen maken voor de plaatselijke bevolking, zoals bij een cholera epidemie in Albano, waarbij zij vele slachtoffers hebben begraven. Enkelen hebben daarbij ook de ziekte opgelopen en zijn aan de gevolgen daarvan overleden. Over al die jaren zijn er overigens in totaal ca. 170 Nederlanders overleden aan ziektes, terwijl er ook nog 12 zijn overleden aan ziektes na thuiskomst.

Vaandel

Naar aanleiding van de slag bij Mentana in 1867 zamelden Nederlandse huisvrouwen geld in om een vaandel te laten ontwerpen en te vervaardigen. Dit vaandel werd ontworpen door Pierre Cuypers, dezelfde architect als van de kerk in Oudenbosch. Opvallend is de gelijkenis met het zegel van de stad Zwolle, waarop te zien is dat de engel Michaël met een lans een draak probeert te doorboren. Ook de vorm is vrijwel identiek. De afbeelding heb ik ook gezien als standbeeld in Mettingen in Duitsland, als zijnde de beschermheilige voor de daar in vroegere tijden opererende Tödden, handelaren. Oorspronkelijk hing dit vaandel te Rome, maar het heeft na vele omzwervingen terecht een ereplaats gekregen in het zouavenmuseum te Oudenbosch.

In juli 1870 roept paus Pius IX een concilie bijeen, een kerkelijke vergadering. Doordat Frankrijk in oorlog komt met Pruisen, zien zij zich genoodzaakt hun troepen terug te trekken uit de kerkelijke staat. Koning Victor Emanuel die al jaren op het vinketouw zat, durft nu opnieuw de kerkelijke staat binnen te vallen. Met 60.000 man rukt hij op, daarbij vele steden binnenvallend en veroverend. De pauselijke troepen zijn genoodzaakt om zich terug te trekken op Rome om die stad te verdedigen met 8.000 man. Een ongelijke strijd en als Piemontse troepen een bres van dertig meter slaan in de verdedigingsmuur van de stad, besluit paus Pius IX de witte vlag te hijsen op de koepel van de St. Pietersbasiliek. De val van Rome is een feit, 16 doden waren er te betreuren en 74 gewonden waaronder de Deventenaar Jan Willem Rasch.

De paus beschouwde zich als een gevangene van de Italiaanse Staat in het Vaticaan en zal het Vaticaan niet meer verlaten. Deze toestand duurt tot 1929 toen door het verdrag van Lateranen Vaticaanstad als soevereine staat werd erkend. Toch hebben na 1929 vele pausen zich vrijwillig opgesloten in het Vaticaan. Nadat Paus Johannes Paulus II in 1978 werd gekozen, heeft hij zich van die gewoonte ontdaan. Deze paus heeft vele reizen gemaakt naar alle windstreken en daardoor het gemiddelde aantal kilometers van de afgelopen 108 jaar ruim opgeschroefd.

Terugkeer

De zouaven keerden na de val van Rome op 20 september 1870 teleurgesteld terug naar hun woonplaats of geboortestreek. Voor velen was het moeilijk om terug in het vaderland de kost te verdienen. Omdat zij in vreemde krijgsdienst waren geweest, hadden zij veelal ook nog het Nederlandschap verloren. Uit pure armoede gingen velen opnieuw in vreemde krijgsdienst bij de Carlisten in Spanje of namen dienst bij het K.N.I.L.

Na het overlijden van de laatste nog in leven zijnde zouaaf, Petrus Verbeek in 1947 op 94 jarige leeftijd, heeft men postuum alle zouaven de Nederlandse nationaliteit terug gegeven. Wel hebben zij onderling contact gehouden en plaatselijk broederschappen of bonden opgericht, met als doel zeker in de beginperiode om in tijden van nood wederom naar Rome af te reizen. Ook hebben zij in Utrecht op 13 november 1892 het feit herdacht dat de slag bij Mentana 25 jaar geleden gewonnen werd.

Reis

Dat het in het midden van de vorige eeuw een hele onderneming was om dienst te nemen in het pauselijk leger en ook daadwerkelijk richting pauselijke staat af te reizen, moge duide­lijk zijn. Allereerst moest men een bewijs van goed katholiek gedrag hebben van de plaatselijke pastoor, een bewijs van een goede gezondheid van de dokter, een schriftelijk bewijs van de toestemming van de ouders en men moest ongehuwd zijn. De jongeren uit onze streken gingen via Deventer, Zutphen, Arnhem, Utrecht naar het station Wee­sperpoort in Amsterdam. In Amsterdam aangekomen, moesten zij zich melden bij de St. Augustinuskerk aan het Rusland, bij pastoor de Kruijf.

Deze zorgde voor treinkaartjes, grensdocumenten, een maaltijd en logies voor een nacht in Amsterdam. De volgende morgen zorgde hij er persoonlijk voor dat de jongens op de juiste trein gezet werden om via Utrecht naar Rotterdam te reizen. Van daaruit vertrok men met de stoomboot naar de Moerdijk om vervolgens met de trein vanaf Moerdijk naar Ou­denbosch te reizen.

Hier was de belangrijkste verza­melplaats van Hollandse zouaven die in het eerder genoemde internaat St. Lou­is een stevige Hollandse maaltijd voorgeschoteld kregen. Daar werd voorlopig de laatste nacht op vader­landse bodem doorgebracht. Vervolgens ging men met de trein via Antwerpen naar Brussel. Daar werd men ingeschreven door een Belgische ambtenaar die enkel de Franse taal bezigde, de namen fonetisch opschreef zoals hij die hoorde en geen tegenspraak duldde. Ook gaf hij iedereen een Belgisch en een Italiaans legernummer. Dankzij hem beschikt het tegenwoordige archief van de zouaven over een lijst van alle Nederlandse zouaven.

Keuring

Hierna vond een strenge medische keuring plaats. Kwam men daar doorheen dan ging men de volgende dag per trein naar Parijs waar men overnachtte. Ze kregen zelfs enige tijd om de stad te be­zichtigen. De volgende dag spoorde men naar Marseille, waar men scheep ging om na twee dagen per boot aan te komen in Civita Vecchia de haven van de pauselijke staat. Dan begon het laatste traject per trein naar Rome. Dat deze reis een enorme ervaring was voor jongens die misschien nimmer verder waren geweest dan de veemarkt in Zwolle of Deventer, moge duidelijk zijn. De totale reis duurde 8 dagen.

Het waren niet puur economische redenen waarom men dienst nam als aspirant zouaaf in het leger van de paus. Niet dat men het over het algemeen economisch goed had in die tijd, maar dat men deelnam aan een vrijwilligersleger en dan ook nog zover van huis en haard, was enkel en alleen om godsdienstige redenen. Wel mag men aannemen dat de plaatselijke pastoor een duidelijke vinger in de pap heeft gehad, dat hij de drijfveer was met zijn oproep en preken vanaf de kansel.

Ook veel familieleden spoorden elkaar aan om dienst te nemen in het pauselijk leger. Zo zijn Willem Ellenbroek en Gerard te Riele beiden uit Deventer en Herman Legebeke uit Wijhe familie van elkaar. Ook de drie Troosters uit Zwolle zijn familie van elkaar, Hendrik Lipman en Johan Smit uit Deventer zijn ook met familiebanden met elkaar verbonden. Leeftijd was niet zo belangrijk, want er gingen er al op 17-jarige leeftijd, maar ook op 36-jarige leeftijd.

Sallandse zouaven

Op mijn verzoek heeft het zouavenmuseum mij doen toekomen een lijst van personen welke uit onze regio als zouaaf hebben gediend in het pauselijk leger. Zelf heb ik er enkele genealogische gegevens bijgezocht, alsmede de beroepen van de vader, zodat enig inzicht in de economische situatie verkregen kan worden. Ook hebben mijn vrouw en ik een bezoek gebracht aan het zouavenmuseum in Oudenbosch en genoten van een schat aan gegevens welke daar te zien zijn. De tentoongestelde atributen geven een goed beeld van dit opmerkelijk stukje geschiedenis, waarin Nederlandse, en in dit geval Sallandse jongens een specifieke rol hebben gespeeld, daarbij duidelijk en principieel opkomend voor hun godsdienstige gevoelens.

Hieronder enkele genealogische gegevens van de Sallandse zouaven:

Heino
Johannes Josephus Jansen geb. 8-9-1837 aan de Gunne in Lenthe, zn. van Gerhardus Johannes Jansen, landbouwer en Rebecca Kattenbelt.

Wijhe
Arnoldus Boerkamp geb. 12-7-1848 zoon van Cornelis Boerkamp, landbouwer en Maria Klein Herenbrink. Arnoldus is woonachtig in Zwolle en wever van beroep. Hij is zouaaf van 28-10-1869 tot de val van Rome op 20-9-1870.
Gerhardus Antonius Bökkerink geb. 24-10-1845 zoon van Karel Albertus Bökkering en Johanna Maria Nieuwenhuis. Het gezin vertrekt in 1852 naar Denekamp, vanwaar Gerhardus vertrekt naar Italië als zouaaf op 17-11-1867 tot 19-5-1870. Hij keert naar Denekamp terug, om als schilder verder de kost te verdienen.
Hendrikus Dollenkamp geb. 12-4-1841, landbouwer, zn. van Ber­nardus Dollenkamp, daghuurder/landbouwer en Berendina Kiekebos. Hij meldt zich als zouaaf aan van 10-11-1869 tot de val van Rome op 20-9-1870.

Olst
Hendrikus Wolvenne geb. 5-4-1852 textielarbeider, zn. van Hannes Wolvenne en Maria Tentman. Hij vertrekt vanuit Almelo op 21-7-1870 tot aan de val van Rome op 20-9-1870.
Johannes Zwijnenberg geb. 20-2-1834 zoon van Johanna Zwijnenberg. Hij vertrekt vanuit Arnhem met als beroep koetsier op 30-6-1870; bij de val van Rome op 20-9-1870, 3 maanden later is het voor hem ook afgelopen.

Deventer
Hendrikus Bouwer geb. 23-5-1844, zn. van David Bouwer, kleermaker en Derkje Remming, zouaaf van 17-11-1867 tot 25-11-1869 en van 5-2-1870 tot 20-9-1870.
Wilhelmus Martinus Ellenbroek geb. 9-12-1842, zn. van Bernardus Ellenbroek, bakker en Wilhelmina te Riele, zouaaf van 22-12-1867 tot 23-6-1870.
Johannes Henricus Petrus Hon Hon geb. 20-8-1850, zn. van Jan Henri Hon Hon en Johanna Vingerhoets, zouaaf van 5-1-1868 tot 13-1-1870, hij brengt het tot korporaal.
Lucas Thomas Koersen geb. 21-12-1840, zn. van Hendrikus Jacobus Koersen, zeilmaker en Johanna Roosendaal, zouaaf van 28-4-1866 tot 26-11-1868.
Gradus Willem Kramps geb. 10-5-1839, zn. van Johannes Wilhelmus Kramps en Elisabeth Evers, zouaaf van 22-6-1867 tot 2-7-1869.
Albertus Krosse geb. Wilp 3-5-1845, zn. van Johannes Krosse, dagloner en Alberdina van der Krogt; hij vertrekt uit Deventer als zouaaf van 11-11-1867 tot 31-12-1869.
Hendrikus Gerhardus Josephus Lipman geb. 8-10-1845, zn. van Gerardus Lipman, logementhouder en Anna Maria Hendrika Munninghoff, zouaaf van 10-2-1866 tot 15-5-1869, hij is dan korporaal.
Johannes Wilhelmus Rasch geb. 11-3-1853, zn. van Johannes Wilhelmus Rasch, smid en Joanna Beumer, zouaaf van 17-2-1870 tot 20-9-1870, raakt gewond bij de val van Rome.
Hermanus Ignatius Josephus Repp, vormer in een ijzergieterij, geb. 23-12-1842, zn. van Johannes Matthias Repp, vormer in een ijzergieterij en Catharina Elisabeth Fuchs, zouaaf van 22-12-1867 tot 21-7-1870.
Gerhardus Johannes te Riele geb. te Amsterdam, zn. van Hendrikus te Riele en Maria Bancke, vertrekt als zouaaf vanuit Deventer van 10-2-1866 tot 16-2-1868.
Johannes Fransiscus Smit geb. 12-9-1850, zn. van Hendrikus Johannes Smit, winkelier en Gerhardina Josephina Munninghoff, zouaaf van 21-7-1870 tot 20-9-1870, dus maar twee maand.
Johannes Antonius Traast geb. 18-3-1848, zn. van Johannes Traast, smid en Maria Vosman, zouaaf van 17-11-1867 tot 19-5-1869.
Wilhelmus Underberg geb. 14-2-1849, zn. van Hendrikus Underberg, vormer in een ijzergieterij en Catharina Wilhelmina Foeks, zouaaf van 28-7-1870 tot 20-9-1870, ook maar twee maanden dus.

Diepenveen
Gerhardus Joannes Stegeman, geb. 4-12-1832 zn. van Hermanus Stegeman, landbouwer en Henrica Paalman. Zouaaf van 11-12-1867 tot 16-4-1870, hij heeft daarvoor al 4 jaar in het Hollandsche leger gediend.

Raalte
Antonius Assendorp geb. 2-4-1837, zn. van Hermannus Assendorp, landbouwer en Johanna Brunselman.
Antonius Broekman geb.25-12-1839, zn. van Gerrit Broekman, landbouwer en Maria Wallink.
Hermanus Hullen geb. 2-9-1842, zn. van Gerrit Hullen, landbouwer en Hendrika Hendriks.
Johannes Jansman geb. 3-9-1835, zn. van Jannes Jansman, landbouwer en Esselina Krukkert.
Hermanus Johannes Gerardus Legebeke geb. 5-12-1843, zn. van Hermannus Legebeke, tapper en Johanna Maria Theresia te Riele. (De vader was eerder op 17-11-1843 overleden)
Hendrikus Meijer geb. 29-6-1836, zn. van Jan Meijer, landbouwer en Maria Hagenvoorde.
Cornelis Spijkerman geb. 9-6-1844, zn. van Jan Spijkerman, dagloner en Maria Huiskes.
Antonius Zennepman geb. 23-12-1836, zn. van Derk Zennipman, tapper en Maria Reimert.

Zwolle
Franciscus J.W.Alferink geb. 4-3-1852, zn. van Hermanus Everhardus Alferink, kleermaker en Gerridina Rasink. Gehuwd te Zwolle 17-11-1927 met Johanna Theresia Maria Burgman, geb. te Zwolle 14-12-1903, dr. van Johannes Hendrikus Burgman en Johanna van de Hoogte.
Wilhelmus Johannes Bauer geb. 4-2-1846, zn. van Jan Willem Bauer, tapper en Gerridina Maria Habers.
Antonie Wilhelmus van der Berg geb. 18-5-1853, zn. van Antonie van den Berg, arbeider en Johanna Tolhuis. Gehuwd 12-2-1874 te Zwolle met Johanna Berendina Meuleman geb. 25-8-1846 te Zwolle, dr. van Egbert Meuleman en Andrea van Slooten. Antonie is vanwege broederdienst vrijgesteld voor de Militaire Militie.
Johannes van der Berg geb. 19-1-1837, zn. van Jan van den Berg, touwslager en Francina Jorges.
Henricus Machtildis van Born geb. 23-11-1848, zn. van Wilhelmus Johannes van Born, bakker en Gerardina Maria Klomp.
Wilhelmus Hageman geb. 9-1-1835, zn. van Hendrik Hageman, daghuurder en Gerridina Heerink. Gehuwd 20-8-1874 te Zwolle met Aleida de Krosse, geb. te Voorst 1-10-1844, dr. van Theodorus de Krosse en Willemina Meijerink. Wilhelmus is vrijgesteld voor de Militaire militie vanwege broederdienst.
Christiaan Hoefsloot geb. 12-7-1846, zn. van Hendrik Hoefsloot, conducteur en Regina Johanna Meekers.
Willibrordus Hollak geb. 4-11-1832, zn. van Albertus Hollak, winkelier en Johanna Maria Marks.
Berend Jan Jansen geb. 5-5-1849, zn. van Jannes Jansen en Hendrica Mulder. Gehuwd te Zwolle 10-2-1876 met Margaretha Jochemina Baader, geb. te Zwolle 31-1-1851, dr. van Jan Baader en Elisabeth Kolkman. Berend Jan is vrijgesteld voor de Militaire Militie, uit hoofde van enige wettige zoon te zijn.
Lambertus Jansen geb. 17-2-1845, zn. van Mannes Jansen en Janna Hekman. Gehuwd te Zwolle 8-5-1873 met Rika Swijnenberg, geb. te Zwolle 28-7-1844, dr. van Joanna Schuurman en erkend door Joannes Swijnenberg. Lambertus is vrijgeloot voor de Militaire Militie.
Johannes Cornelis van Kessel geb. 2-11-1844, zn. van Jacobus van Kessel, gepensioneerd en Maria Josepha Crosek. Gehuwd te Zwolle 22-11-1898 met Maria Cornelia Geijsen, geb. te Kampen 28-3-1842, dr. van Joannes Geijsen en Beerendina Faas. Johannes was weduwnaar van Willemina Lippers, overl. te Zwolle 15-9-1897. Maria Cornelia was weduwe van Cornelis Franciscus Loerakker overleden te Haarlem 19-9-1891.
Alloysius Kriek geb. 9-11-1841, zn.van Poulus Kriek, veenman en Maria Cornelia Wilhelmina Klonig.
Bernardus Johannes Lippers geb. 25-9-1841, zn. van Christiaan Lippers, koperslager en Johanna van den Berg.
Albertus van der Pol geb. 2-11-1849, zn. van Derk Johannes van der Pol, pettenmaker en Henrijetta Maria Bos.
Johannes Hendricus Ambrosius Rientjes geb. 7-12-1839, zn. van Johannes Wilhelmus Rientjes, bakker en Louisa Frederica Held.
Coenradus Rodenberg geb. 10-9-1843, zn. van Coenraad Rodenberg, marktmeester en Johanna Bouwman. Gehuwd met Margaretha Maria Bolkestein, geb. te Steenwijkerwold 22-12-1849, dr. van Johannes Bolkestein en Geertruida van Hoomoedt. Coenradus is vrijgeloot voor de Militaire Militie.
Henricus Schaepman geb. 27-12-1847, zn. van Wilhelmus Gustavus Schaepman, koopman en Hendrika van der Biezen.
Gerardus Henricus Spitman geb. 8-12-1848, zn. van Albertus Theodorus Spitman, schoenmaker en Jantje Bult. Overleden te Zwolle 13-4-1923, begraven Zwolle 16-4-1923, echtgenoot van Sophia Wassink, geboren te Deventer 16-3-1844 dochter van Hendrikus Wassink en Wilhelmina Spekbroek, overleden Zwolle 18-3-1929.
Hermanus Bernardus Trooster geb. 1-5-1854, zn. van Bernardus Trooster, houtteller en Jantien Vos.
Johannes Gerardus Trooster geb. 12-1-1848, zn. van Johannes Assuerus Trooster, koopman en Johanna Volkering.
Petrus Johannes Trooster geb.24-10-1849, zn. van Johannes Assuerus Trooster, koopman en Johanna Volkering.
Hendrikus Nijhof geb. 21-11-1845, zn. van Gerrit Nijhof en Lijda Post, gehuwd 11-5-1876 te Zwolle met Henderkien ter Bruggen, geb. te Zwolle 18-4-1844, dr. van Evert Jan ter Bruggen en Johanna Bruggemans. Hendrikus heeft van 10-5-1865 tot 9-5-1870 gediend bij de Militaire Militie.
Johannes Spölman geb. 13-4-1846 te Zwolle, volgens opgave van het Zouavenmuseum; heb ik niet in Zwolle kunnen vinden.

Zwollerkerspel
Henricus Koetsier gruttersknecht geb. 12-4-1844, zn. van Peter koetsier, dagloner en Maria Verhoeven.
Martinus Oedinkhof geb. 9-2-1835, zn. van Gerrit Oedinkhof, landbouwer en Maria Wolthaar.
Gerardus Johannes Veltman geb. 1-9-1837, zn. van Alexander Veltman, kleermaker en Berendina Wentholt.

*Dit artikel is ingekort. De uitgebreide versie is te verkrijgen bij de redactie van Rondom de Toren.

Reacties

afbeelding van Ben Ni9euwhof
Ik mis in uw opsomming mijn overgrootvader Hendrikus Nieuwhof, zoon van Bernardus Nieuwhof en Aartjes van Dragt. Ik heb zijn document van inschrijving in Oudenbosch gezien en als kopie in mijn bezit.
afbeelding van Ben Nieuwhof
Ben Ni9euwhof (anonieme gebruiker) is geen anonieme gebruiker. Maar bij U bekend als Ben Nieuwhof. Ik mis in uw opsomming mijn overgrootvader Hendrikus Nieuwhof, zoon van Bernardus Nieuwhof en Aartjen van Dragt. Ik heb zijn document van inschrijving in Oudenbosch gezien en als kopie in mijn bezit. Mijn overgrootvader is (net als ik) afkomstig uit Zwolle. Hij heeft in 1859 dienst genomen in het Zouaven leger.
afbeelding van Anton Heijmerikx
Als bezoeker van het Zouavenmuseum in Oudenbosch, heb ik toentertijd een lijst meegekregen van Sallandse Zouaven, en inderdaad komt daar uw grootvader niet op voor. Waarom niet, ik heb geen idee. Met die lijst heb ik toen het artikel gemaakt. Met vriendelijke groet anton@heijmerikx.nl
afbeelding van van bastelaere- Persyn
Hallo, uw grootvader Henri Nieuwhof ° Zwolle 29 mei 1849 is als Pauselijk Zoeaaf in Rome ingeschreven (nr. 9515) op 01 december 1869 en heeft het beleg van Rome meegemaakt op 20 september 1870 . Als krijgsgevangene naar Cevitavecchia overgebracht op 21dec. en daarna teruggestuurd naar Nederland. In Nederland teruggekomen waren ze hun Nederlandse nationaliteit kwijt omdat ze gestreden hadden voor een vreemde mogendheid . Hij is dus niet toegetreden in 1859 maar 1869. Voor meer inlichtingen over zijn inschrijvingsformulier te Brussel moet u zich wenden tot militair archief te Brussel. Groeten J-M