Verhaal

Vleeswarenfabriek Meester in Wijhe

Auteur: 
Freerk Kunst

Door de eeuwen heen heeft Wijhe al iets met vlees gehad. Tot 1915 was er sprake van een slachterij van Gosschalk aan de Langstraat. Oude foto’s tonen ons dat een slachterij niet in een woon- en winkelstraat thuis hoort. Ook de zogeheten gezondheidsverslagen bevestigen dit. Mede daarom laat Gosschalk in 1915 aan het eind van de Stationsweg een nieuwe slachterij bouwen.

Het vleesverwerkingsbedrijf van Meester is in 1847 gestart in Wijhe aan de Veerstraat. Oprichter is Jan Meester. Hij is geboren in 1820 en hij overlijdt op hoge leeftijd, in 1917. Zijn zoon Gerrit Willem Meester, die leeft van 1848 tot 1939, is hem als directeur opgevolgd. Op zijn beurt wordt Gerrit opgevolgd door zoon Jan (1880-1935) en vervolgens door Johan Marinus Hermannes Meester (1911-1944). Na het overlijden van Johan worden zijn zwager, Jan Nijman, en zijn broer Gerrit Meester belast met de leiding van het bedrijf.

In 1924 neemt Gosschalk een slachterij in Epe over en zijn bedrijf vertrekt dan uit Wijhe. Voor de andere vleesfabrikant, Meester in de Veerstraat, is dan een verhuizing naar de Stationsweg een logische stap. Naast de vleesverwerkingfabriek stond toen nog een asfaltfabriek. Deze is later opgegaan in de Olster Asphalt Fabriek (Olasfa) van de familie Zendijk.

We kunnen het ons nu niet meer voorstellen: een voedselproducent in de directe omgeving van een chemische fabriek. De asfaltfabriek werd opgericht in mei 1893. De laatste directeur was Adolf de Lange, die tot zijn dood in 1921 gewoond heeft aan de Stationsweg 28.

Vanaf de Wijhendaalseweg liep een pad, achter de school en kerk langs, naar de asfaltfabriek en het zogenaamd “asfaltbössie”. Dit pad is nu nog voor een deel in stand gebleven en eindigt bij de bungalow die werd gebouwd voor Reintje Scheuter toen ze het naastgelegen "Het Slot" moest verlaten.

Meester kocht de gesloten asfaltfabriek en heeft daar enkele jaren soep geproduceerd. Dit was overigens geen succes. De gebouwen van de vermicellifabriek zijn later bij het vleeswarenbedrijf gevoegd. Tot ca. 1950 wordt bij Meester zelf geslacht, zowel varkens als runderen. De inkoop hiervan wordt gezamenlijk met de Olster bedrijven Olba en Zendijk gedaan. De varkens komen uit de regio, de runderen zelfs uit Polen. Het vee werd dan langs de weg van het station naar het bedrijf gebracht. Soms gebeurde het dat een dol geworden stier moest worden afgeschoten. Dit speelde zich dan af op de weg van het station via de Stationsweg naar de fabriek. Het vervoer van het te verwerken vlees gebeurt nu al lang niet meer via het spoor. Grote vrachtwagens hebben dit van de wagons overgenomen.

  Het vleesbedrijf Meester had aan de Stationsweg alle ruimte om te groeien en dat gebeurt dan ook. Meester wordt een belangrijke werkgever voor de Wijhenaren. In 1950 werken bij Meester ongeveer 350 werknemers. Vele Wijhenaren herinneren zich daarom nog de brand van 1952. Een groot gedeelte van de vleesfabriek werd toen zwaar beschadigd. Dit voorval belemmert echter niet de verdere groei van de fabriek. In de jaren zestig neemt Salland Slachterijen in Olst het slachten van levende dieren over. Meester gaat zelf verder met de verwerking van varkensvlees. Per week verwerkt het bedrijf dan het materiaal van niet minder dan 12.000 varkens. 

In 1967 verliest het bedrijf zijn zelfstandigheid. Multinational Albert Heijn neemt het bedrijf over. Jan Nijman en Gerrit Meester vertrekken en Jan Meester, de zoon van Johan M.H. Meester, wordt aangesteld als productiemanager. In 2001 verandert de fabriek wederom van eigenaar. Het komt in handen van Sara Lee, dat dan ook al het bedrijf Stegeman in Deventer bezit. Ook de naam verandert: de fabriek heet nu Stegeman Wijhe. Er werken nu ongeveer 1.000 medewerkers in Wijhe en Deventer. Zij werken in zes dagen volcontinue ploegendiensten. De fabriek in Wijhe is volledig gericht op de productie van voorverpakte vleeswaren en stukartikelen voor onder meer de winkels van Albert Heijn.

Aan het einde van de Stationsweg, vlak bij de spoorwegovergang, stond de directeurswoning van de familie Meester. De toegangsweg naar de fabriek voert langs deze directeurswoning. Na het overlijden van Jan Meester in 1935 blijft zijn weduwe G.J. Meester – Lemmers er nog lang wonen, tot 1967. Haar zoon Gerrit W. Meester woont er nog tot 1968. Daarna is de woning gebruikt voor tijdelijke bewoning door personeelsleden, tot het in 1970 wordt het omgebouwd tot directiekantoor. Het karakteristieke van het pand gaat geheel verloren door het aanbrengen van witte gevelplaten. Uiteindelijk valt in 2005 ook dit mooie huis ten prooi aan de slopershamer.

De toegang naar defabriek is rond 1970 verplaatst naar de uitrit tussen Villa Waterloo en het huis van Damme (nr. 19). Het oorspronkelijke toegangshek naar de fabriek nabij de spoorwegovergang is nog aanwezig. Ook het oude knipperlicht doet nog trouw dienst om het verkeer, dat waarschijnlijk nooit meer van de uitrit gebruik zal gaan maken, te waarschuwen voor een passerende trein. De uitrit is kennelijk niet officieel opgeheven.

Tot 1987 rijdt het vele vrachtverkeer van en naar de fabriek door de Stationsweg. In dat jaar komt hier gelukkig een einde aan, omdat bij de oude IJsseldijk de Jan Meesterweg werd aangelegd. Tot opluchting van de bewoners aan de Stationsweg neemt het gevaarlijke vrachtverkeer nu een andere route. Tegenwoordig is alleen bij de wisseling van de ploegen aan het verkeer merkbaar dat de fabriek nog volop in bedrijf is.

In 1994 wordt ook de toegang bij Villa Waterloo afgesloten. De personeelsingang komt nu aan de oostkant van datzelfde Waterloo, waar ook een parkeerterrein voor het personeel wordt aangelegd. In deze periode van grote veranderingen dreigt ook het rijksmonumentVilla Waterloo te worden gesloopt voor uitbreiding van het parkeerterrein. Dat kon gelukkig door een heftig protest van omwonenden en andere inwoners voorkomen. De moderniseringen van de gebouwen hebben elke herinnering aan de oude fabriek van Meester Wijhe inmiddels weggevaagd. Zelfs de trotse pijp met het landelijk bekende opschrift ‘Meester’ is uit het industriële landschap verdwenen.

Een opmerkelijke tekst uit het einde van de Eerste Wereldoorlog, uit het Verslag van de Gezondheidscommissie gemeente Wijhe over 1918:

In de export-slagerij te Wijhe, vroeger in het dorp, thans bij de kom aan den Stationsweg, zijn vele runderen geslacht voor de distributieworst en het afval gaat door een riool naar de spoorsloot, welke een gedeelte is van de waterleiding die naar de wetering voert. Door de droogte is de afwatering gestremd en heeft het vuil, meest pensinhoud der geslachte runderen, zich in de sloot opgehoopt. Hierover is geklaagd, daar het voor de voorbijgangers een hinderlijken stank verspreidde. De Commissie schreef aan het gemeentebestuur, welke de klacht overbracht aan de Inspecteur van den Arbeid. Deze antwoordde dat, hoewel hij meermalen de plaats had bezocht, er geen stank was te bespeuren, doch bij een volgende droogte nogmaals zou onderzoeken. Hij wees echter op ‘t feit dat ook het dorp en de zuivelfabriek hun vuil op dezen sloot loozen.

Reacties