Verhaal

Wijhe en de Eerste Wereldoorlog

Wijhe en de Eerste Wereldoorlog.

                                                     Freerk Kunst.

Het is dit jaar honderd jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak. In een Europa vol politieke spanningen was één kogel uit een pistool van een Bosnisch-Servische nationalist en de moord op de kroonpretendent Frans Ferdinand van het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije voldoende om de vlam in de pan te doen slaan. Staten raakten in oorlog; een oorlog die als De Grote Oorlog de geschiedenisboekjes is ingegaan.

De Eerste Wereldoorlog is dit jaar volop in de pers, op tv en op internet aanwezig.

Nederland bleef buiten deze oorlog.

In het verenigingsblad Rondom de Toren van tien jaar geleden is een artikeltje verschenen over de collectieve opvang van Belgische Vluchtelingen in Wijhe. Gedurende een aantal jaren is een wisselend aantal Belgen gehuisvest geweest in de Franse School aan de Stationsweg. (1)

Daarnaast zij er vele Belgen op andere wijze opgevangen geweest, ook in Wijhe.

Heeft Wijhe verder nog iets met de oorlog of de gevolgen daarvan van doen gehad?

In tegenstelling tot 10 jaar geleden zijn de archieven met rust gelaten. Interessant zou kunnen zijn wat er in de (landelijke) pers in het jaar 1914 is verschenen over Wijhe in relatie tot die Eerste Wereldoorlog.

Omdat de belangrijkste bron, De Wijhenaar, helaas niet beschikbaar is, moeten we het doen met enkele gedigitaliseerde landelijke kranten.

Het eerste dat in verschillende bladen naar voren komt is dat de toenmalige regering in spanning zat over hoe Nederland zich afzijdig kon houden in dit Europabrede conflict. Op maandag 27 juli 1914 riep de Minister- President Cort van der Linden zijn kabinet in spoedzitting bijeen.

Een lid van dat kabinet was een Wijhenaar, nl. Jean Jacques Rambonnet, Minister van Marine en zoon van de Wijhese burgemeester Rambonnet. Over Rambonnet is eerder in Rondom de Toren zijn kwartierstaat gepubliceerd  (2).

In verschillende kranten van die tijd (zelfs in het Bataviaansch Nieuwsblad) werd hierbij als bijzonderheid vermeld dat de Minister van Marine zijn vakantie in Wijhe heeft onderbroken om in de ministerraad aanwezig te kunnen zijn. Het is wel zeker dat Jean Jacques op bezoek was bij zijn moeder. Zij was toen 77 jaar. Zijn vader, de burgemeester, was al overleden in 1900.

Nederland bleef neutraal en het gewone leven ging zijn gangetje. De propaganda voor de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP) was in volle gang en stoorde zich niet aan de oorlog in de zuidelijke Nederlanden. Ook in Wijhe werden openbare vergaderingen gehouden. In november 1914 stond in "Het Volk", de spreekbuis van de partij, een verslag dat in Wijhe een openbare vergadering was gehouden met als spreker ds. Van Wijhe (!!) over het onderwerp "De SDAP en de Oorlog". Het leerzame betoog werd door de 120 bezoekers met grote aandacht gevolgd. Het direkte resultaat was 2 nieuwe leden. De brochureverkoop leverde f 2,82 ½ op en de kollekte voor de propaganda nog eens f 1,83.

Ds. Van Wijhe was een landelijk bekende anti-militairist, vurig socialist, predikant te Barchem.

Militairen werden gemobiliseerd en gestationeerd aan de zuidelijke grens met België, dat wel volop in de strijd verwikkeld was. Voor deze militairen werd in Nederland en dus ook in Wijhe acties georganiseerd om hen te voorzien van wat extra's. De omstandigheden waaronder de vele militairen moesten leven waren allesbehalve gunstig. Daarvoor was een Nationaal Steuncomité opgericht. Dit comité publiceerde met regelmaat welke acties hadden plaatsgevonden en wat de opbrengsten waren. In het Rotterdams Nieuwsblad verscheen op 24 oktober 1914 de "Negende Lijst" van ontvangen bijdragen en toezeggingen over de periode van 11 t/m 17 oktober 1914. Daaruit blijkt dat een collecte van de Ned. Herv. Evangelisatie Tongeren (Elshof) een bedrag van f 22,50 had opgebracht.

Om de smokkel tegen te gaan werden sommige delen van Nederland in staat van beleg gebracht. Verscherpt militair toezicht, zou je kunnen zeggen. Salland, en dus ook Wijhe, had ook met deze status te maken. Kennelijk was er hier sprake van ontoelaatbare smokkelactiviteiten. Waaruit deze bestonden werd niet in de pers vermeld.

Gevluchte Belgische militairen en burgers zochten via de pers contact met familieleden. Op 20 oktober 1914 verschijnt er in "De Tijd" een oproep van enkele tientallen Belgen die op zoek zijn naar hun verwanten. Hieronder bevinden zich twee inwoners uit het Belgische Goyck die in Wijhe verblijven. Leopold Gillijns is opgevangen op het adres Langstraat 29 (de pastorie van de hervormde kerk) en Robert Monsieur zit bij de heer B.F. Roozeboom. Zo lieten zij weten nog in leven te zijn.

Maar ook het gemoedelijke kleine nieuws bleef in de kranten te lezen.

Tenslotte een klein berichtje uit de Telegraaf van 27 april 1915. Dit heeft weliswaar geen betrekking op 1914, maar is toch aardig om te vermelden. De Telegraaf schreef dat de nachtwacht van Wijhe ("de klepperman") L. Bruggeman met pensioen is gegaan en dat hem een pensioen is toegekend van f 98,- per jaar.

 

 

(1) F. Kunst, Belgische vluchtelingen in Wijhe, Rondom de Toren nr. 69, 2004.

(2) G. Nanninga en F. Kunst, Kwartierstaat Jean Jacques Rambonnet, Rondom de Toren nr. 95, 2013.

                                         

 

Reacties